De geschiedenis van de KENDO in een notedop



Japan bestond in de 15de en 16de eeuw nog niet als een geheel. De bevolking was verdeeld en werd geleid door DAIMYO (plaatselijke graaf). In deze periode van voortdurende oorlog werden de SAMURAI (krijgsedellieden) onderwezen in BUJUTSU (krijgskunst) KENJUTSU was één van de belangrijkste disciplines. Het zwaard had een zeer belangrijke plaats in de Japanse samenleving en werd gezien als de ziel van de SAMURAI.

Vanaf begin 17de eeuw brak een langdurige periode van vrede aan. Toch bleef men zwaarden dragen en duelleren, vaak met dodelijke afloop. Het was van levensbelang voor de SAMURAI om in vredestijd in goede conditie te blijven. Het leerproces was nu het doel geworden. Daardoor ging men over naar het gebruik van BOKKEN en SHINAI (houten en bamboe zwaarden). Om het risico op verwondingen nog te verkleinen gingen de leerlingen trainen in BOGU (wapen uitrusting / harnas). Zo veranderde KENJUTSU stilaan in KENDO.

KENDO training richt zich niet slechts op lichamelijke aspecten maar ook de mentale conditie wordt getraind en biologische reacties worden gecontroleerder.